Hierna volgt een beschrijving van het voor ons zo bijzondere ras.
In het kort.
Ondanks zijn verleden als gladiator is de moderne
Boxer een bijzonder vriendelijke en innemende hond. Hij is sociaal en
verkeert graag in het gezelschap van mensen. Hij heeft veel aandacht nodig
en wil graag opgenomen worden in het leven van zijn baas en diens gezin.
Hij hecht zich aan bijzonder sterk aan zijn eigen mensen. De Boxer is een
vrijmoedige, zelfverzekerde hond, die niet snel van zijn stuk te brengen
is. Hij is niet agressief naar mensen en zal dan ook niet snel aanvallen
als hijzelf of zijn baas wordt bedreigd. Zijn waaksheid uit hij meer in
het waarschuwen van zijn baas bij onraad. De Boxer heeft een tomeloze
energie en heeft behoorlijk wat lichaamsbeweging nodig. Als u twee Boxers
in uw bezit heeft, zullen zij samen veel ravotten en enorme afstanden
afleggen.
Veel van de zwaardere hondenrassen, zoals de Bullmastiff, de
Bulldog en de Duitse Dog, maar ook de Boxer, zijn terug te voeren op
honden van de oude Mastiff-familie die in Azië is ontstaan.Molossers
De Tibetaanse Mastiff wordt gezien als
voorouder van alle Molossers. Deze honden stonden reeds in de oudheid
bekend om hun brede schedels en flinke afmetingen. Het waren dappere
honden die als waker en vechthond gebruikt werden, maar ook als jachthond
voor gevaarlijk wild zoals het wilde zwijn en de leeuw. In de loop van de
tijd zijn deze honden naar europa gekomen. Later kruisten de Romeinen hun
Molossers aan de Engelse Mastiffs. Hieruit ontstonden de zogenaamde
Bullebijters.
Herkomst
De oorsprong van de Boxer moet worden
gezocht in de oude Bullebijters. In de Middeleeuwen kende men in Duitsland
de zware "Danziger Bullenbeiser"en de wat kleinere "Brabanter
Bullenbeiser". Deze honden werden gebruikt bij de jacht op de beer, het
wilde zwijn en het hert. Zij werden gefokt door boeren die hen aan de adel
leverde voor hun jachtpartijen. Er moesten heel wat honden worden
aangevoerd, omdat er tijdens de jacht behoorlijk wat sneuvelden. Deze
honden werden in de achttiende eeuw volop gebruikt bij dierenvriendelijke
sporten die men "bullbaiting"en "bearbaiting"noemde. Hierbij moest een
hond het opnemen tegen een stier of een beer. Zowel de hond als zijn
tegenstander werden vaak ernstig gwond bij deze wrede wedstrijden. Begin
1800 werd dit volksvermaak bij wet verboden, maar in clandestiene zaaltjes
werd hiermee toch nog lange tijd daarna veel geld verdiend. Bij deze
gevechten was de zware Danziger Bullebijter in het nadeel. Hij miste de
souplesse en handigheid om de hoorns of klauwen van zijn opponent te
ontwijken. De Brabanter Bullebijter was met zijn geringere afmeting een
geschiktere hond voor dit doeleinde. Men kruiste hem met onder andere de
Duitse Dog en de Engelse Bulldog, en selecteerde vervolgens op de kleinere
honden die hieruit ontstonden. Men moet hierbij wel in het oog houden dat
de toenmalige Engelse Bulldog van een heel ander type was dan
tegenwoordig. Deze dieronterende sport heeft ervoor gezorgd dat er vraag
naar dit type hond bleef, en is dus-hoe vreemd het ook klinkt- de
overleving ervan geweest. Uit deze Brabanter Bullebijter is de moderne
Boxer ontstaan en zonder de hondengevechten was er dus waarschijnlijk
nooit een Boxer geweest.
De slagershonden moesten zich goed kunnen
vastbijten in de neus van een stier, zonder daarbij ademhalingsproblemen
te krijgen. Het was dus belangrijk dat de honden die men hiervoor
gebruikte, korte voorsnuiten hadden. De ondervoorbijters hadden de
voorkeur, omdat men had gemerkt dat dit soort honden een veel vastere grip
hadden dan honden met een schaargebit.
Slagershond 
Toen de hondengevechten niet langer waren toegestaan
en verbannen werden naar donkere achterkamertjes, werd ook de ontwikkeling
van de Brabanter Bullebijter wat obscuur. Het is niet helemaal duidelijk
wat er in de loop van de negentiende eeuw is gebeurd met dit type hond.
Waarschijnlijk werd hij nog gebruikt als waak-en slagershond.
De
slagershond had als taak onhandelbaar vee bij de neus of elders op het
lichaam te pakkenen het zo naar stal te slepen. Men had hiervoor bijzonder
dappere honden nodig. Er zijn mensen die er op basis van die gegevens van
uitgaan, dat er in de loop van tijd ook gebruik is gemaakt van de Bull
terrier en Riesenschnauzer voor de ontwikkeling van de Boxer. Een andere
reden voor de aanwezigheid van honden in het slachthuis was dat men in die
tijd dacht dat het vlees beter smaakte als het slachtvee was opgehitst
voordat het werd gedood.
Karakter
De Boxer is een uiterst betrouwbare
waakhond. Er ontgaat hem niet veel en hij kan zeer overtuigend laten
blijken dat er iets niet in de haak is. De Boxer is geen zenuwachtige
blaffer, die bij ieder wissewasje zijn stem laat horen; wanneer hij blaft,
is er over het algemeen ook echt iets aan de hand. De Boxer is van nature
wat terughoudend naar vreemden. Naar de eigen mensen toe is hij zeer
aanhankelijk en ook mensen die op bezoek komen, zullen in tweede instantie
hartelijk welkom worden geheten door de hond. Zijn enthousiasme is
spreekwoordelijk.
Gezinshond
De Boxer is heel betrouwbaar met
kinderen en vindt het heerlijk om met hen te ravotten. Met kleine kinderen
moet men wel in de gaten houden dat hij niet te onstuimig is. Ook is het
belangrijk, maar dat geldt voor ieder ras, dat u de regie over de omgang
tussen kind en hond. Het is niet verantwoord om (kleine) kinderen en
honden samen in een ruimte te laten zonder toezicht van een volwassene. U
dient er voor te zorgen dat zij leren hoe zij met elkaar om moeten gaan.
Uw Boxer moet wellicht leren dat het niet de bedoeling is dat hij een kind
ondersteboven loopt in zijn enthousiasme en uw kind dat hij de hond niet
als klimpaal mag gebruiken en hem met rust moet laten als hij in zijn mand
ligt te slapen. Kleine regeltjes die ervoor zorgen dat kind en hond op een
positieve manier met elkaar vertrouwd te raken en elkaar leren
respecteren.De Boxer is er trouwens over het algemeen wel erg goed in om
te weten wanneer hij wat rustiger moet zijn en wanneer hij flink kan
ravotten. Bij oudere kinderen gedraagt hij zich vanzelf al vaak anders dan
bij de kleintjes, alsof hij weet dat die eersten wel tegen een stootje
kunnen. Toch moet men er nooit blind op vertrouwen dat het wel goed zal
gaan. Alertheid blijft verstandig.
Speels
Een Boxer heeft veel beweging nodig. Hij vindt het heerlijk om te
kunnen rennen en ravotten. Als hij mee mag doen met een spelletje voetbal
is hij in zijn element. Of de bal dit overleeft, is een tweede. De Boxer
is speels en houdt erg van speeltjes. Ook ravot hij graag met andere
honden. Als kennelhond zijn ze minder geschikt, omdat ze het liefst dicht
bij hun mensen zijn. De Boxer is erg gevoelig voor de stemmingen van zijn
baas. Hij kan erg rustig zijn als de situatie dat vereist. Is dat niet het
geval, dan is hij een echte clown, die het heerlijk vindt om in het
middelpunt van de belangstelling te staan.
Toch is het niet zo dat de training van een Boxer altijd even gemakkelijk is. Hij heeft een eigen willetje en kan soms zelfs koppig genoemd worden. Dit maakt dat de baas aan zijn Boxer wel de noodzaak van de diverse oefeningen duidelijk moet kunnen maken. Hij moet in staat zijn de Boxer te prikkelen en de oefeningen afwisselend en interessant te maken. Voordeel is wel dat als een Boxer eenmaal iets geleerd heeft, hij het over het algemeen niet snel weer vergeet.
Duitsland
In 1887 nam de heer George Alt uit
München een 'brindle and white"teefje van het Bullebijterswtype mee terug
uit Frankrijk. Deze hond heette Flora en zij werd gepaard aan een reu uit
de buurt van een vergelijkbaar type. Uit dit nest ging een pup naar een
vriend van Alt, de heer Lechner. Deze hond stond bekend als Lechner's
Boxel. Het is niet bekend waarom hij de hond zo noemde. Het zou kunnen
zijn dat het de naam was die men vaker aan dit type hond gaf. Wat de
betekenis ook geweest kan zijn, de verbastering van deze naam naar
"Boxer"
Heeft in ieder geval geleid tot de rasnaam.
Flora werd aan
haar zoon gepaard. Uit deze combinatie werd de teef Alt's Scheken geboren.
Alt besloot hierna nieuw bloed in zijn lijn in te brengen en paarde
Scheken aan de Engelse Bulldog Tom van dr. Toeniesse. Op 26 februari 1895
werden de pups geboren, waaronder ook Muhlbauer's Flocki. Dit zou de eerst
geregistreerd Boxer worden.
Club
In januari 1896 vormde men in München de
"Deutcher Boxer Klub"en in maart van datzelfde jaar hield men de eerste
show met 20 inschrijvingen. Er werd nu bewust een begin gemaakt met de
opbouw van het ras. Men verschilde echter van mening over hoe de Boxer er
nu eigenlijk uit hoorde te zien en er kwamen verschillende clubs met ieder
hun eigen gedachtegoed. In 1905 werden deze samengevoegd, waarbij de
standaard en het stamboek van de Münchenclub werden aangenomen.
De
combinatie Scheken en Tom werd herhaald en hieruit werd Blanka von
argentor geboren. Lechner's Boxel en Flora kregen opnieuw een nest,
waaruit Maiers Lord geboren werd. Die zou de vader worden van Piccolo en
Blanka werden aan elkaar gepaard en uit deze combinatie werd de bonte Meta
von der Passage geboren. Deze Meta kan worden gezien als de stammoeder van
het ras. Uit haar werden diverse Boxers geboren die bijzonder belangrijk
zijn geweest voor de ontwikkeling van het ras, zoals Hugo von Pfalzgau en
Ch. Gigerl. Deze Hugo was de vader van Ch. Kurt von Pfalzgau, die op zijn
beurt de vader werd van de gestroomde reu Ch. Rolf von Vogelsberg. Men
paste veelal lijnteelt toe.
Stockmann
Veel rassen kennen bepaalde mensen die
uiterst belangrijk zijn geweest voor het onstaan of de ontwikkeling van
het ras. Voor de Boxer zijn dit Friederun en Philip Stockman geweest, met
hun "Von Dom"kennel. In 1911 kochten zij als pasgetrouwd stel Rolf von
Vogelsberg voor het enorme bedrag van 1000 Duitse Mark, dat zij eigenlijk
voor hun huis hadden bedoeld. Hij werd de basis van hun fokprogramma. De
eerste zelfgefokte kampioen die zij in huis hadden, was een zoon van Rolf,
Dampf von Dom, die in 1912 geboren werd. De Eerste Wereldoorlog was er
debet aan dat de ontwikkeling van het ras stagneerde. Veel honden werden
gevorderd om in het leger dienst te doen als berichthond, waakhond en als
verkenner voor de scherpschutters. Ook Rolf von Vogelsberg werd als
oorlogshond ingezet. Hij zou overigens ongeschonden uit deze
"diensttijd"terugkeren.
Philip Stockmann kreeg als taak het gebruik van
de oorlogshonden te organiseren. Een van de opvallende veranderingen die
tijdens deze oorlogsjaren heeft plaatsgevonden, is het verdwijnen van de
kleur wit. Het is wel duidelijk waarom; een hond met wit in de vacht zou
wel een heel gemakkelijk doel zijn voor scherpschutters.
In 1919
erkende men de Boxer in Duitsland als vijfde werkhondenras. In 1921
slaagde Ch. Rolf von Walhall er als eerste Boxer in om de
"Schutzhundprüfing"te doorstaan.